In de voedingsindustrie wordt roestvast staal om twee redenen gekozen: het is goed schoon te maken en het houdt stand tegen wat er dagelijks overheen gaat. Welke soort daarvoor nodig is, hangt minder af van het voedsel zelf dan van hoe er wordt gereinigd. Hieronder staat hoe u de RVS-soort kiest voor RVS lasersnijwerk in een voedselomgeving.
Waar het echt om draait: chloriden
RVS beschermt zichzelf met een dunne chroomoxidelaag. Wat die laag plaatselijk aantast zijn chloriden, en die zitten in zout, pekel en in vrijwel elk chloorhoudend reinigingsmiddel.
Daarom is de bepalende vraag niet welk product er verwerkt wordt, maar hoe vaak en waarmee er wordt schoongemaakt. Een machineframe in een droge bakkerij heeft een heel ander regime dan een onderdeel in een vleesverwerkende lijn dat dagelijks met een chloorhoudend middel wordt gereinigd.
Wanneer 304 volstaat
RVS 304 is in de meeste voedselomgevingen prima op zijn plaats. Denk aan machineframes, ombouwen, beschermkappen, opvangbakken en constructiedelen in droge of licht vochtige productieruimtes. Bakkerijen, droge verwerking en verpakkingslijnen vallen hier meestal onder.
De keuze is bovendien een stuk goedkoper, en dat verschil telt op zodra u meer dan een handvol delen nodig heeft.
Wanneer 316 de verstandige keuze is
Kies 316 zodra chloriden structureel in beeld komen:
- vis, kaas, vleeswaren en andere producten met een hoog zoutgehalte;
- pekelbaden en zoutoplossingen;
- dagelijkse reiniging met chloorhoudende middelen;
- natte productieruimtes waar altijd vocht op het oppervlak staat;
- onderdelen die in direct en langdurig contact staan met het product.
Het molybdeen in 316 maakt de oxidelaag beter bestand tegen precies dat soort aantasting. Wat het verschil chemisch inhoudt, staat in ons artikel over het verschil tussen RVS 304 en 316.
Kies de L-variant bij laswerk
Wordt uw onderdeel gelast, dan is 304L of 316L doorgaans de betere keuze. Het lagere koolstofgehalte vermindert de kans op chroomcarbidevorming langs de lasnaad, waardoor het materiaal juist daar corrosievast blijft.
Dat is in een voedselomgeving geen detail: een lasnaad die na een jaar begint te putten zit precies op de plek waar zich resten ophopen. Wij lassen RVS met TIG of MIG/MAG, in een lasruimte die gescheiden is van het staalwerk. Meer daarover staat op de pagina over RVS lassen.
De afwerking telt even zwaar als de soort
Een ruw of bekrast oppervlak houdt productresten vast, hoe goed de legering ook is. Voor voedselcontact geldt daarom: hoe gladder, hoe beter schoon te maken.
Wat wij daarvoor kunnen doen: de snijkant blijft blank omdat wij RVS met stikstof snijden in plaats van met zuurstof, zodat er geen aanloopkleur ontstaat. Daarnaast kunnen wij slijpen, polijsten en glasparelstralen voor een egaal oppervlak, en beitsen om vervuiling en aanloopkleuren te verwijderen.
Beitsen is in deze sector extra relevant. Het lost vreemde ijzerdeeltjes op die anders als roestpuntjes zichtbaar worden, en laat de oxidelaag zich schoon opbouwen. Het overzicht staat op de pagina over nabewerking.
Vervuiling voorkomen is het halve werk
Verreweg de meeste roestklachten op RVS komen niet doordat de verkeerde soort is gekozen, maar doordat er ijzerdeeltjes op het oppervlak zijn achtergebleven. Een slijpschijf die eerder op staal is gebruikt, een stalen borstel, vijlsel dat door de werkplaats zweeft: die deeltjes roesten, en dat ziet eruit alsof het RVS faalt.
Daarom houden wij het staalwerk fysiek gescheiden van het RVS-werk en gebruiken wij gereedschap dat alleen voor RVS bestemd is. In een voedselomgeving is dat geen luxe maar een voorwaarde.
Documentatie bij uw opdracht
Heeft u het materiaalcertificaat van de leverancier nodig, geef dat dan bij de aanvraag door. Dan vragen wij het op en leveren wij het mee, zodat u kunt aantonen welke kwaliteit er verwerkt is. Achteraf is dat lastiger te regelen. Voor een specifieke opdracht is een lascertificaat bespreekbaar, en verdergaande certificering bespreken wij per project.
Werkt u in een omgeving waar bepaalde documentatie verplicht is, laat dat dan bij de aanvraag weten. Dan regelen wij vooraf wat er nodig is in plaats van dat het bij oplevering nog moet worden uitgezocht.
Wat u bij de aanvraag doorgeeft
- De RVS-kwaliteit voluit: 304, 304L, 316 of 316L.
- De plaatdikte en het aantal stuks.
- Waarmee en hoe vaak er gereinigd wordt.
- Of het onderdeel in direct productcontact komt.
- De gewenste oppervlakteafwerking, en welke zijde de zichtzijde is.
- Of er gelast wordt, en of lasnaden zichtbaar blijven.
Weet u de kwaliteit niet zeker, beschrijf dan de omgeving. Wij denken mee en zeggen wanneer 316 weggegooid geld is en wanneer 304 een risico vormt.
Veelgestelde vragen
Is 316 verplicht in de voedingsindustrie?
Nee. Er is geen algemene regel die 316 voorschrijft. De keuze hangt af van de blootstelling aan chloriden en van eventuele eisen van uw eigen kwaliteitssysteem of afnemer.
Welke oppervlakteafwerking is geschikt voor voedselcontact?
Hoe gladder, hoe beter te reinigen. Een glad walsoppervlak of een gepolijste afwerking houdt minder resten vast dan een ruwe of bekraste ondergrond. Geef door wat u nodig heeft, dan stemmen wij de nabewerking daarop af.
Welke documentatie is er bij te leveren?
Het materiaalcertificaat van de leverancier, mits u dat bij de aanvraag opgeeft. Dan vragen wij het op en leveren wij het mee. Per opdracht is een lascertificaat bespreekbaar en verdergaande certificering regelen wij in overleg.
Waarom roest mijn RVS in een schone omgeving?
Vrijwel altijd door vreemde ijzerdeeltjes op het oppervlak, niet door het RVS zelf. Beitsen of stralen met schoon medium lost dat op, en gescheiden gereedschap voorkomt het.
Blijft de snijkant blank bij RVS?
Ja. Wij snijden RVS met stikstof, waardoor de kant metallic blijft in plaats van geel of bruin aan te lopen. Dat scheelt nabewerking en is in een voedselomgeving extra relevant.
Heeft u RVS-werk voor een voedselomgeving? Stuur uw DXF met de kwaliteit, de dikte en een omschrijving van het reinigingsregime via ons contactformulier of bel 0522 201 714.